De opname van het woord toerismefobie (turismofobia) in het woordenboek van de Real Academia Española markeert een opvallend moment in het debat over massatoerisme. Opvallend is niet alleen dat het begrip officieel wordt vastgelegd, maar vooral hoe het wordt gedefinieerd: niet als irrationele angst, maar als begrijpelijke afkeer van te veel toerisme vanwege de schade aan milieu en leefkwaliteit van de lokale bevolking. In het Spaans luidt de term turismofobia.
Daarmee verschuift de betekenis van een woord dat jarenlang als verwijt werd gebruikt. Toerismefobie krijgt een rationele lading. Het wordt benoemd als reactie op een concrete werkelijkheid, niet als emotionele ontsporing. Voor Mallorca is die werkelijkheid bijzonder scherp: ongeveer twintig procent van het Spaanse toerisme concentreert zich op één procent van het nationale grondgebied.
Een gevoel dat breed wordt gedeeld
Voor veel inwoners voelt de voortdurende druk van bezoekers niet als een abstract vraagstuk, maar als dagelijkse ervaring. Volle wegen, stijgende huren, druk op natuurgebieden en dorpen die steeds vaker als decor functioneren. Dat juist taalwetenschappers nu meer begrip tonen voor deze overbelasting dan sommige lokale bestuurders, wordt op het eiland niet onopgemerkt gelaten.
De nieuwe definitie legt geen beperkingen op aan het gevoel. Er is geen sprake van overdrijving of misplaatst sentiment. De boodschap is duidelijk: wie last heeft van massatoerisme, hoeft zich niet te verontschuldigen.
Niet tegen toeristen, wel tegen het systeem
De discussie wordt vaak versimpeld tot een tegenstelling tussen liefde en afkeer van toeristen. Dat frame houdt geen stand. Niemand pleit serieus voor het verdwijnen van toerisme. Het verzet richt zich op een model dat steeds meer bezoekers aantrekt zonder rekening te houden met draagkracht, kwaliteit en lange termijn.
Juist daarin schuilt de paradox. Wie het toerisme wil behouden, moet grenzen stellen. Overvolle bestemmingen verliezen hun aantrekkingskracht. Ibiza geldt daarbij steeds vaker als afschrikwekkend voorbeeld. De conclusie is eenvoudig: niemand wil nog het volgende Ibiza worden.
Van motor naar last
Jarenlang accepteerde Mallorca vrijwel alles in naam van economische groei. Het eiland ontwikkelde zich tot een permanente toeristische machine, waarin bewoners, tijdelijke arbeidskrachten en bezoekers naast elkaar leefden in een decor van verkeer, geluid en vervuiling. Kritiek op excessen werd weggezet als overdreven of zelfs vijandig tegenover buitenlanders.
De academische erkenning van toerismefobie zet die framing onder druk. Kritiek op massatoerisme wordt niet langer gelijkgesteld aan xenofobie, maar erkend als zorg over leefbaarheid en toekomst. Dat is des te relevanter op een eiland waar een groot deel van de bevolking zelf van buiten afkomstig is.
Een nieuw kader voor het debat
Door toerismefobie als legitiem begrip te erkennen, introduceert de academie onbedoeld een nieuw kader. Het gesprek verschuift van emotie naar rationaliteit. Hoeveel toerisme is nog gezond? Wie profiteert ervan? En wie draagt de lasten?
Of deze taalkundige erkenning ook leidt tot politieke keuzes, blijft open. Maar het ongemak rond massatoerisme heeft nu niet alleen een stem gekregen, maar ook een officieel erkend woord.