Rie Cramer op Mallorca

In het dagblad Trouw verscheen onlangs een stuk over Rie Cramer. De Nederlandse illustrator, boekbandontwerper en schrijfster woonde op Mallorca. Ze schreef drie boeken over het eiland: Viva Mallorca (1956), Mallorca – eiland van rust (1961) en Mallorcanen (1963).

Het zal het van jaar tot jaar toenemend aantal bezoekers van Mallorca genoegen doen dat Rie Cramer, sinds jaren op het eiland van rust woonachtig, wederom de pen ter hand heeft genomen van haar genegenheid voor Mallorca te getuigen. Dat is de eerste zin op de binnenflap van het boek Mallorca – eiland van rust.

De volgende twee zinnen luiden: “Dit nieuwe boek, welks waarde door een groot aantal tekeningen wordt vergroot, bevat meer toeristische gegevens dan haar vorige, maar is toch ook weer in de eerste plaats een sterk persoonlijk boek. Het getuigt van een eigen kijk, een eigen waardebepaling, een benadering van de zaken met het oog en het hart van de voor kunst en natuur gevoelige mens.”

Rie Cramer woonde in Portal Nous. In haar eerste boek Viva Mallorca schrijft ze zeer persoonlijk over haar leven op het eiland en bijvoorbeeld het restaurant van Mateo, een plek waar ze graag komt. Op 21 september is het de naamdag van Mateo en dat is reden voor een feest. Mateo trakteert. Hieronder een passage uit het hoofdstuk “Feest bij Mateo”:

[…]
Onder het afdak van droge sparretakken voor het restaurantje is er om de lange tafel al een heel gezelschap aangeschoven op de stenen bank en houten stoelen, wanneer ik door Jack erbij gehaald word. Mateo schenkt met gulle hand de Rhon Greco, een zoete, stroperige rum-likeur en schuift een groot open blik gemengde biscuits zeilend over de tafel. “Neem”, noodt hij met een koninklijk gebaar. Neem gerust, er is nog een blik.”

Het zijn feestelijke biscuits, met rose suiker geglaceerd en met cocos dik bezaaid. Mateo is een edelman, die zijn gasten te ontvangen weet! Maar bij een naamdag hoort een klein geschenk als blijk van waardering en waar haal je dat opeens vandaan bij iets zo onvolkomen onverwachts als dit feest in de avond? In mijn tas heb ik nog een ballpoint, van weinig waarde, maar ongebruikt, die bied ik hem aan. “Mira, Mateo, iets uit Holland in plaats van die stompjes potlood waar je altijd mee krabbelt.” (Niet dat ik dit alles werkelijk in vloeiend Spaans uitbreng, maar mijn gebrabbel komt hier ongeveer op neer). Mateo aanvaardt het gele geval, ernstig en toegewijd en bekijkt het aandachtig. Dan bedankt hij. Het is, zegt hij waarderend, een groot geschenk, met zorg gekozen. Hij is er heel blij mee, muy contento”. Hij heeft dit liever, verzekert hij, dan mil pesetas. Hier heb je iets aan. Dit is een waardevol bezit. – De gele ballpoint groeit bij dit hoffelijk prijzen zelfs in mijn eigen ogen tot iets boven het plan van prul. Ik zei het toch: Mateo is een edelman.
[…]

In hetzelfde boek schrijft ze ook over haar bezoekjes aan Palma, over musea, over zeeën en stranden, over het kruis van Santa Ponça én over haar bezoek aan Valldemosa. Het hoofdstuk over het bergdorpje dat beroemd is geworden door Chopin en George Sand begint als volgt:

[…]
Beroemdheid is een wonderlijk verschijnsel! Het is geen ding, het is geen eigenschap, het heeft eigenlijk weinig te maken met de persoon die beroemd is, nog minder met zijn werk, misschien enkel met de naam, en – “wat is een naam?” Zeg: Rembrandt en je tikt een snaar aan die trilt in alle mensen, al kennen ze misschien niet meer dan de Nachtwacht bij name of van hun kunstkalender. Denk aan Vincent, wiens zonnebloemen zo zoetjes aan gemeengoed geworden zijn. Natuurlijk zijn dat niet de zonnebloemen die Vincent schilderde. Schoonheid kan nooit gemeengoed worden en een reproductie is op zijn best een uiterst zwakke afglans. Vincents tragische, getourmenteerde tournesols zijn in de handel verworden tot wandversiering en het is zijn naam die als klank en legende doordrong tot de massa en zijn werk boven de eiken buffetten spijkerde. En neem Picasso. Wie, op een minimale élite na, zou met de hand op het hart zijn werk – ál zijn werk, de blauwe dromen als de felle aanklacht van zijn Guernica – zo rustig weg “mooi” vinden als niet de roem er was, die zei dat het mocht? Sterker nog: die zei dat het móest, dat het getuigen zou van grenzeloze, duf-burgerlijke onbeschaafdheid Picasso niet te bewonderen?

Met de litteratuur is het niet anders. Dante is, als je de som der eeuwen telt dat zijn naam in alle landen van Europa helse en hemelse visioenen opriep, beroemder dan – laten we zeggen Napoleon. Toch heeft, buiten Italië, maar een klein percentage hem gelezen, en van diegenen die hem als groot dichter prijzen, kent nóg een kleiner percentage meer van zijn werk dan zijn Inferno en de Vita Nuova. Zeg: Dante, en de echo is Beatrice. Zo is het met het merendeel der grote dichters. Goethe sleept Schiller achter zich aan op zijn gloriebaan. Het is altijd weer: de naam, het etiket op de rug van de band, waar de meesten genoeg aan hebben. En zo komen we tot de naam die, op de band van een lijvig boekdeel, meteen een bloemlezing belooft uit het leven van schrijvers, dichters, musici, de naam van Aurora Dupin, Baronne Dudevant, zich noemende: George Sand.

Ik vermoed dat het aantal belangstellenden die zich nu nog verdiepen in Lélia, Indiana of Consuelo zeer gering is, maar bij de lange reeks verstofte boeken is er één zeer levend product, dat druk na druk beleeft, vertaald in de voornaamste toeristen-talen, Engels en Duits naast het eigen Frans, een dun boekje van nog geen tweehonderd bladzijden. Het is niet uitermate interessant en het Mallorca van nu herkent men nauwelijks in het trieste verhaal van deze wintermaanden, maar de hoofdpersonen zijn Chopin en George Sand, in het moeilijke begin van hun “vriendschap”, die acht jaren duurde en verflakkerde en doofde, zoals dat gewoonlijk gaat, door een onzinnig misverstaan. En nu moet ik weer zacht voor mezelf herhalen: Beroemdheid is een allerwonderlijkst verschijnsel!

Want waarom trekken bussen en bussen vol vreemdelingen naar het verre verlaten klooster daar hoog op de heuvel in het kleine plaatsje? Waarom overschaduwt het aardse, niet zo gewichtige avontuur van deze twee gelieven bij verre het vrome en al op aarde hemelse leven van de eens zo roemrijke jonkvrouw, de heilige Catalina Tomás, die in dit zelfde dorp geboren werd en er langer leefde dan de korte tijd dat de Mallorcaanse episode duurde van deze beide zeer on-heiligen? Bus na bus schudt zijn inhoud op de keien voor de ingang en wie het programma afgewerkt heeft: de kerk, de kruisgang, de kloostercellen die Chopin en George dienden tot verblijf, het museum met de mooie ceramiek, waar niet zo heel veel mensen meer aan toe komen, de apotheek en de hangende tuinen van de kloosterhofjes, wie dat alles heeft afgewerkt, die krijgt nog wat Mallorcaanse dansen toe. De dansers lijken wat verveeld, een tikje vermoeid, maar de Parade de Valldemosa is een statige dans en het publiek op de smalle houten banken is tevreden. Dit moet je nu eenmaal gezien hebben als je in Mallorca bent, Zo wil het de roem.

Ik heb dat alles ook gezien, meer malen. Ook ik heb noch Lélia, noch Consuelo gelezen, of het moest zijn “Lélia, ou la vie de George Sand” van André Maurois. In dit kolkende leven was de Mallorcaanse winter een kleine épisode, meer niet. Maar na het boek van Maurois blijft één ding ons bij, in deze stroom van steeds wisselende verliefden en liefdes en amitiés amoureuses, in die vortex van avonturen: het beeld van de tenslotte toch eenzame, teleurgestelde vrouw, telkens weer zoekend naar eindelijke vervulling, telkens weer falend door de kilte van het eigen hart, het beeld van de Mantis, gruwelijk symbool, die tussen de weerhaken van een dodelijke omhelzing mannetje na mannetje klemt en opvreet.
[…]

Trouw, 11 december 2022: Zoete prenten maar een vrijgevochten bestaan: het bijzondere leven van illustrator Rie Cramer