Gaat hier vandaan de trein naar Venetië?

V.l.n.r.: Nicole de Gols en Nicole van Soest. Foto: ©Allard van Gent

Last updated on mei 20th, 2023 at 06:51 pm

Gaat hier vandaan de trein naar Venetië? Met welke bus kom ik in Sevilla? Het zijn geen ongewone vragen voor medewerkers in het kantoor voor toeristische informatie van de gemeente Palma. Wie hier werkt, maakt van alles mee. Van toeristen die zijn bestolen in buslijn 15 tot mensen die willen weten waar El Cordobes is.

In onderstaand artikel komen een Belgische en een Nederlandse medewerkster aan het woord. Ten tijde van het interview (2005) werkte de Nederlandse Nicole al 9 jaar bij de gemeente Palma en haar Belgische collega, ook Nicole genaamd, al 19 jaar. Ze vertelden destijds hoe het is om op zo’n kantoor te werken en hoe ze zelf ooit op het eiland verzeild zijn geraakt.

De tekst hieronder staat ook in het boek “Mallorca Vandaag 2001-2006”. Hiermee lichten we het laatste tipje van de sluier. In het boek staan tientallen interessante interviews met Nederlanders en Belgen die vertellen over hun passie voor het eiland. Ze vertellen ook hoe ze ooit op Mallorca terecht zijn gekomen. Een aanrader voor iedereen die Mallorca een warm hart toedraagt.

Gaat hier vandaan de trein naar Venetië?

Bij de afdeling toerisme van de gemeente Palma werken 2 „buitenlandse“ medewerkers. Eén oorspronkelijk Nederlandse en een oorspronkelijk Belgische. Niet alleen dat is toevallig. De ex-Nederlandse heet Nicole en de ex-Belgische heet….Nicole. Leuk om te weten is dat de dames onderling Mallorcaans met elkaar spreken.

Nicole en Nicole. De beide dames werken niet gelijktijdig in het kantoor voor toeristische informatie van de gemeente Palma. Momenteel werkt Nicole van Soest (NL) in de ochtenduren en de andere Nicole ’s middags. Daarom toog ik 2 keer naar het kantoortje op de Plaça España om meer te weten te komen over de beide Nicole’s.

Met moeite vind ik nog een plaatsje in het kantoor van de gemeentelijke VVV aan de Plaça España. Toeristen lopen in en uit. Het feit dat je een nummertje moet trekken om aan de beurt te zijn lijkt niet iedereen te begrijpen. De dames achter de balie wijzen op kaarten, geven antwoorden in diverse talen en zijn continue aan het werk. Nicole herkent mij door het fotootje in dit blad en komt al meteen naar mij toe. Haar diensttijd zit er bijna op en tien minuten later zitten we op het terrasje van het naastgelegen café. Hier komt het personeel van de dienst van toerisme wel vaker, want de serveerster herkent Nicole direct. We krijgen korting op de drankjes, want dat krijgen alle medewerkers van het toerismekantoor.

Nicole van Soest woont ongeveer 25 jaar op Mallorca. De eerste 2 jaar was ze hier alleen, daarna volgden ook haar ouders. Het was de tijd dat er in Santa Ponça nog geen slagerswinkel was en je vlees in Palma moest kopen, vertelt Nicole. ‘En om van Santa Ponça naar Peguera te komen moest je helemaal door de bergen. Het was nog ongerept en daar hielden mijn ouders ook van.’
Nicole vond haar eerste baan in een leerwinkel annex fabriek in Inca. Ze hield zich daar o.a. bezig met de correspondentie in diverse talen.

Nicole: ‘In 3 maanden had ik het Spaans onder de knie. Daarna begon ik de taal echt te studeren en heb ook mijn titels voor vertaling gehaald. Nadat ik nog voor de politie bij de rechtbank heb gewerkt solliciteerde ik naar een baan mij de gemeente. Voorwaarde was dat je de Spaanse nationaliteit moest hebben. Die had ik. En je moest perfect Catalaans kunnen lezen, schrijven en praten. Ik heb de “oposiciones“ gedaan, dit zijn een soort examens, om er tussen te komen. Dat is altijd heel moeilijk. Misschien zijn er 2 vacatures vrij en bieden 2.000 mensen zich aan.’ Nicole had geluk en werd aangenomen.

De gemeente Palma beschikt over 2 kantoren met informatie voor de toeristen. Eén bevindt zich in de Casal Solleric op de Paseo del Borne en het (hoofd)kantoor op de Plaça España. Het Conseill (de overheid van de Balearen) heeft ook kantoren, maar daar wordt informatie over Mallorca in het algemeen gegeven. Die kantoren zijn te vinden op het vliegveld én op de Plaça de la Reina.

Nicole werkt nu 9 jaar bij het informatiekantoor van de gemeente Palma en wordt daar dagelijks bestookt met allerlei vragen. De meeste vragen hebben betrekking op de vertrektijden van de bussen en treinen. Als ik vraag of er ook “gekke“ vragen worden gesteld, knikt ze. ‘Zo veel. Ik heb ze opgeschreven in een boekje. Misschien moet ik dat maar een keer meenemen.’ Maar voor dit interview kan ze wel een paar bijzondere situaties navertellen. ‘Mijn collega had nog niet zo lang geleden een mevrouw met een jongen in het kantoor. Dat was haar zoon. De jongen sprak.

Ze hadden een pakketje op de balie neergezet en ze zochten een “cala“, een klein strandje. Belangrijk was dat het een afgrond had en dat er rosten waren. Dus mijn collega gaat zoeken op de kaart. Playa de Palma was niet goed, want dat was te vlak. Nou, toen begon die jongen te vertellen dat zijn vader de militaire dienst op Mallorca had doorgebracht. Hij was gestorven aan een hartinfarct. ‘Ja, arme papa, zei zijn moeder en opent de tas om er vervolgens een urn uit te halen. Die vrouw begon meteen te huilen. Mijn collega heeft verder uitgelegd waar ze naar toe konden gaan. Ja, zulke dingen gebeuren hier’, vertelt Nicole.

De klanten komen uit alle landen en allemaal hebben ze zo hun eigenaardigheden. Nicole: ‘De Engelse toerist komt binnen en zegt “I’m lost, ha, ha, ha,”. Dan beginnen ze te lachen. Wij zeggen wel eens voor de grap “we too”. Maar ze zijn altijd heel vriendelijk. De Duitsers zijn weer anders. Die komen meteen met hun vraag en altijd “Sprechen Sie ein bischen Deutsch”. Alsof wij niet goed Duits kunnen spreken.’Nicole vertelt verder dat veel Engelse toeristen de vraag ook slecht stellen. Nicole: ‘Ze zeggen niet “Welke bus moet ik naar Playa de Palma of naar Cala Rajada nemen?’ Nee, ze zeggen “Cala Rajada”. Ja, Cala Rajada is mooi, zeg ik dan. Laatst kwam er iemand binnen en die zegt “El Cordobes”.

Dan begin je dus een verhaal. Ze vraagt “Kent u El Cordobes?” Ik zei ja, dat is een Spaanse stierenvechter. Nou, die mensen moesten dus naar El Corte Ingles, het warenhuis. En zo zijn er nog veel meer dingen. Bijvoorbeeld mensen die niet weten dat ze in Palma zijn, dat ze op Mallorca zitten. Die willen dan met de bus naar Sevilla, omdat ze denken dat ze in Granada zijn. Dat is echt waar! Of mensen die denken dat hier op het eiland grote rivieren zijn. Ik moet dat boekje echt een keer meenemen. Mensen die het hebben over El Conde del Monte Cristo. Dat is een boek, maar ze bedoelen Portocristo. Magaluf is vaak Malaga. Er zijn mensen die vragen waar de metro is of hoe ze hier moeten oversteken. Ja, natuurlijk bij de stoplichten. Dan vragen ze of dat ook via de tunnel kan. Die tunnel is de parkeergarage die hier ligt.’

In de media staat dat er meer en meer Russen het eiland bezoeken. Ik vraag Nicole of zij dit kan bevestigen. Nicole: “Ja, meer en meer Slavische mensen. We noteren altijd waar de mensen vandaan komen en bij die mensen is dat moeilijk te onderscheiden. Dat zijn mensen uit Tsjechië, Polen, Slowakije, Hongarije, Roemenië, Georgië. Steeds meer. Maar ik geloof ook dat wij er steeds vaker naar toe gaan op vakantie. Ik heb familie die gaat naar Istrië, anderen gaan naar Kroatië. Eerlijk gezegd denk ik dat die landen wel veilig zijn als je nu ziet wat er in Europa gebeurt met het terrorisme.”

Beide Nicoles (dat blijkt na het tweede gesprek) vertellen over de criminaliteit in Palma. Die is namelijk enorm toegenomen. Nicole: ‘Dat gaat hier de hele dag door. Vooral in bus 15 wordt vaak gestolen. Eén duwtje, ze zijn met z’n tweeën of drieën, en het is al gebeurd. Of hier op het terras. Je legt je tas even op de stoel naast je, ze komen van achteren en nemen het weg. Mijn ouders, die 2 jaar geleden zijn overleden, is het ook overkomen. Ze zaten hier op een bankje, de tas tussen hen in, en opeens is alles weg. Dat zijn dramatische dingen, hoor. Die mensen komen ook bij ons, ze zijn helemaal van slag. Dan help je ze eerst even om rustig te gaan zitten, je haalt een glaasje water en belt dan de politie. Voor die mensen is het echt heel vervelend.’

We praten ook nog even over de band met Nederland. Hoe is die na 25 jaar op Mallorca? Nicole: ‘Ik ben getrouwd met een Mallorcaanse man en hij houdt erg van reizen. De eerste jaren dat ik hier was gingen we 4 of 5 keer per jaar naar Amsterdam. De Nederlandse vrienden die ik daar heb, goede vrienden, heb ik allemaal hier leren kennen. Die hebben hier allemaal gewoond en zijn destijds terug gegaan om een of andere reden. In het begin toen ik hier was wilde ik me nog wel eens verstoppen als ik een Nederlander tegenkwam.

Maar nu, wanneer ik het Nederlands hoor vind ik het helemaal te gek. Daarom ben ik ook zo blij met Mallorca Vandaag. Ik lees hem van voren naar achteren uit. Maar de band met Nederland is heel speciaal. Zeker nu mijn ouders zijn overleden. Ik kreeg vlak daarna mijn dochter Sonja. Maar ik spreek dus wel Nederlands met haar, voor de rest met niemand meer. Mijn Nederlands gaat achteruit. Ik probeer veel te lezen, ik wil nu ook Nederlandse televisie. Als ik naar Nederland ga, dan is dat meestal een paar dagen, niet 2 weken of zoiets.’

Tot slot vraag ik nog of ze in het begin heimwee had naar bepaalde Nederlandse producten. Nicole: ‘Ja, vooral drop. Maar ook mayonaise, rookworst, Limburgse of Zaanse mosterd. Alles wat Nederlands is, is lekker voor mij. Je kunt hier nu al bijna alles krijgen, maar geen rookworsten. Ik koop er dan altijd een stuk of 20, 30. Die gaan dan de diepvries in. Als ze daar dan liggen, dan eet ik ze weer niet. Maar dan na een maand denk ik er ineens aan en dan is het rookworst eten. Maar het eten hier op Mallorca is ook erg lekker, je kunt hier zo veel eten.’
Beide Nicole’s hebben genoeg te vertellen om een complete Mallorca Vandaag te vullen, inclusief een extra bijlage. Na het gesprek met Nicole van Soest spreek ik ongeveer 7 uur later met Nicole de Gols. Het is dan 8 uur ’s avonds en het kantoor van toerisme sluit haar deuren.

Nicole de Gols gaat niet meteen naar huis, maar onder het genot van een koude “caña“ staat ze de lezer van dit blad graag te woord. In 1970 kwam ze op Mallorca. Ze was toen 19 en werkte voor de Belgische touroperator Sun Air. Nadat ze 3 maanden terug was in België kwam ze in 1971 weer naar Mallorca. Ze leerde hier haar Mallorcaanse man kennen, met wie ze in 1973 in Oostende trouwde. Na het huwelijk keerden ze terug naar het eiland. In 1975 kwam haar eerste dochter op de wereld. Twee jaar later volgde nog een dochter en in 1983 tenslotte nog een meisje. ‘Ik werkte van 1976 tot 1982 op een reisbureau, totdat mijn jongste dochter werd geboren. Dat reisbureau is daarna ook dicht gegaan. Ik kwam toen terecht bij Abel, een worstfabrikant. Daar heb ik tot 1986 in de boekhouding gewerkt. In 1986 zag ik in een advertentie in de krant dat ze mensen zochten voor het toerismekantoor. Ik slaagde voor het examen en heb sinds 1986 een vaste aanstelling bij de gemeente Palma’, vertelt Nicole de Gols.

Negentien jaar bij de gemeente. Dat is niet niks. ‘In het begin zaten we nog in een kioskje op de Plaça España. Ik weet nog dat er toen een man langskwam en die had een vals gebit in zijn hand. Hij gooide dat zo op de balie. “Jullie zijn toch van het stadhuis. Hier, dat heb ik gevonden. Dat moet ingeleverd worden”. Verschrikkelijk. Met een papiertje hebben we dat in de prullenbak gegooid. Maar er zijn heel veel anekdotes. Vorige week kwamen er twee Thaise meisjes binnen. Ze hadden een grote kaart in de hand met Italië erop. Ze vroegen of ze vanaf het station hier de trein naar Venetië konden nemen. Ik keek mijn collega aan, die keek weer naar de meisjes. We zeiden dat ze zich op een eiland bevonden en eerst naar Barcelona moesten. Ik denk dat de meisjes dachten dat ze in Barcelona waren.

Maar er zijn zo veel dingen. In het begin dat ik hier was vroeg een vrouw “Could you tell me please where are the public convenience”. Ik keek naar mijn collega. Public convenience, daar had ik nog nooit van gehoord. “Yes, public convenience for ladies and for gentlemen”. Ja, dat hadden we gehoord. Ze bedoelde de “toilets“. Zo leer je alle dagen bij.’
Ook Nicole de Gols vindt de criminaliteit in Palma verschrikkelijk. Alle dagen komen er klachten binnen. Nicole: ‘Er zijn agenten in burger die hier rondlopen. Maar ze kunnen de dieven alleen oppakken als ze de hand in de tas hebben.

Dat is het probleem. Een heel groot probleem. Op de Plaça España komt natuurlijk alles samen. Alle bussen en treinen. Zelf vind ik dat er niet genoeg controle is. We hadden wel een politieman voor dit gebied, maar die meneer was te oud. Hij was 63 en kon niet zo hard lopen. Ik vind ook dat het een slechte indruk geeft. De mensen worden bijvoorbeeld in de bus van de luchthaven bestolen. Hoe begin je dan je vakantie? Vijfendertig jaar geleden gebeurde zoiets niet. Je had toen natuurlijk nog de Franco tijd. Daardoor heb ik trouwens ook mijn Spaanse nationaliteit gekregen. Als je toen als buitenlandse met een Spaanse man trouwde, kreeg je een dubbele nationaliteit. Na 1975 is dat afgeschaft.’

Nadat Nicole twee jaar bij de gemeente werkte volgde de scheiding van haar man. Alleen met 3 dochters was ze gedwongen om er nog werk bij te zoeken. ‘Ik ben toen begonnen op de luchthaven. Daar werk ik 3 dagen bij de ontvangstservice van Neckermann. Dus ik werk dan zondag, op maandagavond als ik hier om 20.00 uur klaar ben help ik nog eventjes op de luchthaven en donderdagochtend ook.’ Het werk op de luchthaven beperkt zich van april tot eind oktober. In de wintermaanden geeft ze Engelse les aan de Policia Turistica. ‘Dat doe ik zo‘n 50 uur per jaar en het is erg leuk. Die jongens zijn geen kleine kinderen meer en vinden het ook interessant om iets te leren.’

Net als de andere Nicole spreekt ook zij perfect Catalaans. Ze spreekt het echter zo perfect, dat de mensen denken dat ze van hier is. ‘Mijn Catalaans is beter dan mijn Spaans. Soms kun je aan mijn Spaans horen dat ik niet van hier ben.“. Nicole leerde de taal doordat ze in een familie terechtkwam waar uitsluitend Catalaans werd gesproken. Bovendien heeft ze altijd al een taalknobbel gehad. „Ik hoor een taal 3 maanden en begin het al te spreken.’
We spreken Nederlands met elkaar. Zelf spreekt ze met haar jongste dochter altijd Catalaans. Nicole: ‘De twee oudste hebben vanaf dat ze klein zijn altijd Spaans met elkaar gesproken. Ik weet niet waarom. Dus de ene spreekt met de ander Spaans, met mij spreken ze Spaans, met hun zus Mallorcaans en ik spreek ook met de kleinste Mallorcaans. Alles door elkaar dus.’
De dochters spreken echter geen Vlaams of Nederlands. Dat vindt Nicole zelf de grootste fout. ‘Ik heb nooit Nederlands met mijn dochters gesproken en daar heb ik heel erg spijt van. Ik zat in een familie van Spanjaarden en het was makkelijk om met iedereen dezelfde taal te spreken. Het is echter toch altijd een beetje stress om in een andere taal te praten. Dat gebeurt bijvoorbeeld als mijn ouders komen. Je zit in het midden en moet vertalen. Wat heeft ma gezegd, wat heeft pa gezegd, wat heeft die vriend gezegd. Dat is toch een extra inspanning.’

Van de taal naar het werk, waar je vliegensvlug van de ene taal in de andere moet overspringen. Van Nederlands naar Duits, naar Engels, naar Catalaans. Nicole: ‘Soms zoek je even iets op en denk je ‘in welke taal was ik ook alweer bezig’. Maar op den duur wen je er aan. We hebben een goede computer in ons hoofd.’

Die computer is altijd paraat. Zo kent ze alle busverbindingen uit haar hoofd. Als ze ’s ochtends op de luchthaven is en de dienst voor toerisme aldaar nog gesloten is, dan is zij de informatiedienst. ‘Er zijn dan bijvoorbeeld mensen die naar Cala Rajada willen, maar zonder taxi. Dat is te duur. Dan vertel ik ze dat ze de bus naar het busstation moeten nemen en dat er om 10 uur, half twee en om half zes een bus gaat. Na zevenen is de laatste bus. Na zo veel jaren zit dat allemaal in je hoofd.’

Welke mensen komen hier nu het meest iets vragen? Nicole: ‘Momenteel heel veel Spanjaarden in juli en augustus. En ook veel Italianen, wat we normaal niet zo hebben. Dit jaar hebben we ook veel cruisers. Mensen die van een cruiseschip komen en hier dus een dag zijn. Als ze niet aan een excursie deelnemen, komen ze hier om een uur of vijf ’s middags aan en dan willen ze nog overal naar toe. Met de lijnbus naar de grotten van Drach bijvoorbeeld. Natuurlijk gaat dat niet. Ze dachten dat het goedkoper zou zijn om op eigen gelegenheid even de grotten te bezoeken. Dan zeggen ze, “we nemen nog even snel de trein naar Manacor en springen nog even snel in die grotten”. Om vijf uur zijn de grotten echter gesloten.’

Iedere vakantieganger is anders. Nicole vertelt dat als ze zelf op vakantie gaat, ze zichzelf alvast informeert. ‘Ik vind de voorpret al leuk voordat ik op reis ga. Ik ga naar de boekwinkel en koop mijn boekje over Istanboel of Egypte. Ik wil weten waar ik naar toe ga, de voorpret en dan de reis. Ik ga dan alleen naar een bureau voor toerisme om bijvoorbeeld een vertrektijd van een bus of boot te vragen.’

Veel Spanjaarden zien op vakantie gaan iets anders. Iedere dag komen ze binnen en vragen wat ze nu allemaal op het eiland moeten doen. Nicole: ‘Ja, dan zeggen ze “jullie moeten mij dag voor dag zeggen wat ik allemaal moet gaan doen.” Maar dat kun je niet. Hier staan 10 mensen te wachten en je hebt geen tijd. Je kan geen half uur met die mensen gaan praten.’

Om de mensen zo snel mogelijk aan informatie te helpen beschikt de dienst voor toerisme echter over voldoende gedrukt informatiemateriaal. Naar bepaalde attracties wordt meer gevraagd dan naar andere. Populair zijn de kathedraal, de winkelstraten en de haven. ‘En kasteel Bellver. De mensen willen weten of ze te voet kunnen gaan of de bus moeten nemen. Dat is ook een belangrijke vraag. Er is maar 1 bus die naar boven gaat, dat is de rode toeristische bus. Anders moeten ze de stadslijn nemen, maar dan moet je nog helemaal naar boven lopen. In de zomer is dat niet zo’n pretje. Als je met z’n vieren bent, kun je beter een taxi nemen en terug naar beneden te voet gaan. Een taxi met 4 personen is 7 of 8 euro. Dat is met 4 personen wel op te brengen’, legt Nicole uit.

Ook Nicole de Gols krijgt de vraag voorgeschoteld naar de band met haar moederland. Ik vraag haar of ze bepaalde Belgische producten mist. Nicole: ‘Helemaal niet meer. Alleen een paar pralines van Leonidas. Die laat ik mijn moeder dan meenemen. Maar 35 jaar geleden was hier nog geen redelijke supermarkt. Bij de slager sloegen ze de vliegen nog van het vlees. Het was wel een mooie tijd, maar er is wel heel veel verbeterd. Palma was een rust. Ik heb nog de El Corte Ingles gebouwd zien worden op de Jaime III. De hotels die gebouwd werden in Palmanova en Santa Ponça. Die rust is er niet meer, er is te veel gebouwd. Maar als je een rustig plaatsje zoekt, ze zijn er nog wel. Maar je moet ze niet aan de toeristen vertellen.’

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*